Home

Eerder nieuws

Wat is eigendom, macht, zeggenschap
januari 2010

Leo Prick heeft in NRC Handelsblad van 19 november een artikel over schoolbesturen en zeggenschap geschreven, dat een ruimere aandacht verdient. Het gaat om het Celeanum gymnasium, dat zich losmaakt uit de scholengemeenschap 'Openbaar Onderwijs Zwolle en Regio' om als zelfstandig gymnasium verder te gaan.

Er wordt in dit artikel door Leo Prick een interessante gedachte ontwikkeld: wie moet het nu eigenlijk voor het zeggen hebben op een school? Het bestuur is aangesteld om leiding te geven aan de school, maar wie benoemt het bestuur? "Schoolbesturen zijn in Nederland in wezen de eigenaar van de scholen", schrijft Prick, maar "een school is er niet voor het bestuur". Vervolgens stelt hij, dat docenten afhankelijk zijn van het schoolbestuur voor hun carrière en dat dus de ouders - die formeel geen enkele zeggenschap hebben - als enige onafhankelijke belanghebbende partij over blijven.

Het gaat dus over drie vragen:

  1. Van wie is de school: hoe is het eigendom geregeld;
  2. Wie heeft er zeggenschap over de school: wie bepaalt de strategie;
  3. Wie heeft de macht in de school: naar wie wordt geluisterd.

In beginsel zouden we het hier kunnen hebben over drie partijen, maar naar de aard van onze samenleving vallen die drie vaak samen. Dat is niet altijd zo. Bij een research-lab zal er vooral geluisterd worden naar de knappe koppen, de strategie wordt uitgezet door mensen met een brede visie op het vakgebied en de eigenaar staat er een beetje bij en hoopt dat het wat oplevert. Hoe zouden deze vragen beantwoord (moeten) worden bij andere organisaties? Een ziekenhuis lijkt erg op een school, in grote lijnen non-profit, traditioneel overheids-gefinancierd en klanten die weinig te zeggen hebben. Een stapje verder staan de nutsbedrijven: van wie zijn die, wie heeft daar zeggenschap, waar ligt de macht?

Aan het andere einde van het spectrum liggen de traditioneel private bedrijven, de ondernemingen met winstoogmerk. Het was traditioneel duidelijk van wie een privaat bedrijf was: de ondernemer was eigenaar en (dus) baas. Tegenwoordig is die situatie anders, de verschillen met geprivatiseerde bedrijven zijn verminderd. Raad van Bestuur en Commissarissen zijn betaalde werknemers, de eigenaars (aandeelhouders) zijn verspreid, anoniem en alleen nog maar geïnteresseerd in de verhandelbaarheid van hun aandeel. Wie heeft nu het recht om beslissingen te nemen en wie houdt de strategie in de gaten?

Wordt het - na de kredietcrisis - niet weer eens tijd om ons af te vragen wie er eigenlijk zeggenschap zouden moeten hebben in onze organisaties, de overheids- en semioverheidsorganisaties voorop? Na het echec van het communisme weten we, dat de staat er, althans in de bekende voorbeelden, weinig van gebakken heeft. Dat private bestuurders er regelmatig een potje van maken, kunnen we na een groot aantal economische crises ook gemakkelijk constateren. Na de laatste crisis komt het Rijnlandse model weer wat sterker naar voren, een model dat in ieder geval de zeggenschap duidelijker verdeelt over meer belanghebbende partijen. Als Minister Plasterk de Onderwijsraad opdracht heeft gegeven, de positie van ouders te onderzoeken, dan is hij daar rijkelijk laat mee. Dat zou een vraag zijn, die gesteld had moeten worden vòòrdat schoolbesturen alle macht aan zich trokken. Hetzelfde kan gezegd worden van de zeggenschapsverdeling van alle geprivatiseerde bedrijven: er is niet goed over nagedacht.

Stef Blom    Ondersteuning in Management    www.stefblom.nl    045 - 521 04 27